English | Deutsch | Français | Contact

In den beginne schiep God den hemel en de aarde...
(Gen. 1:1)



...de aarde nu was woest en ledig, en duisternis...
(Gen. 1:2)



...en God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht...
(Gen. 1:3)



...en God zag het licht, dat het goed was...
(Gen. 1:4)



Jezus Christus zegt:...Ik ben het licht der wereld...
(Joh. 8:12)


...want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe...
(Johannes 3:16)


Toegevoegd op 18 augustus 2010: Kies het leven (pdf)

Kort samengevat is het Evangelie het goede nieuws dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood. Hij leeft en de dood heerst niet meer over Hem. Een ieder die zijn vertrouwen op Hem stelt krijgt ook deel aan dat onvergankelijke, eeuwige leven. Je wordt dan geestelijk opnieuw geboren, met een nieuw leven voor je. De Bijbel noemt dit wedergeboorte.

Misschien vraag je jezelf af wat je hiervoor moet doen. De Bijbel leert dat men niets hoeft te doen, maar dat men moet geloven. In de praktijk betekent dit eerder dat je iets moet (los)laten, namelijk het 'roer' van je leven. Stel je vertrouwen niet langer op jezelf of op andere mensen, maar vertrouw op God en hetgeen Hij tot je zegt in Zijn Woord. Dat heet bekering. Je volgt dan niet meer je eigen levensweg, maar de Here Jezus Christus (Joh 14:6). Uiteindelijk is dit de beste beslissing die een mens kan maken!

Wanneer je opnieuw geboren bent kom je in verbinding met God te staan zoals een pasgeboren kind in verbinding komt te staan met de lucht die het inademt. Hij is de bron van leven. En dat nieuwe leven wordt gevoed met geestelijk voedsel, namelijk Gods Woord, waardoor men opgroeit tot geestelijke volwassenheid. Dit klinkt wellicht wat ongrijpbaar, maar toch is dit iets waarvan vele Christenen kunnen vertellen. Maar het echt begrijpen van geestelijke dingen is voor mensen die niet zijn wedergeboren onmogelijk. Het is hetzelfde als dat een blinde niet volledig kan begrijpen hoe een bepaalde kleur eruit ziet, of voor een dove om te begrijpen hoe het gezang van een vogeltje klinkt. Zo is het met de mens van nature ook: hij is geestelijk blind, doof en kreupel. Maar wanneer hij opnieuw wordt geboren ziet hij als het ware die prachtige kleuren, of hoort hij die prachtige geluiden of springt hij op om te lopen waarheen hij wil. Maar hoe vertel je aan een blinde wat rood is? Of aan een dove hoe het gezang van een roodborstje klinkt? Daarom is de krachtige boodschap van het Evangelie zo eenvoudig: Dode mens, geloof en kom tot leven! Daarna zul je zien en verstaan! Blinde mens, geloof en word ziende! Dove mens, geloof en word horende! Al deze illustraties spreken over hetzelfde: Stel je vertrouwen in Jezus Christus als je redder en verlosser en je zult dat leven gewoon ontvangen. Vertrouw voortaan op God op Zijn Woord en laat Hem toe in je leven. Wanneer je dit doet zul je veranderen van een 'oude' mens met een verleden in een 'nieuw' mens met een rijke toekomst! En dat kost helemaal niets. Dat is genade, een mooi cadeau dat je alleen maar hoeft aan te pakken. Maar God dwingt je niet. Je kunt zijn aanbod om deel uit te maken van Zijn nieuwe schepping ook afwijzen.

De Bijbel leert dat de mens van nature een zondaar is. Dit betekent dat hij zijn doel mist en daardoor niet in staat is om voor God te bestaan, of Hem te vereren met 'goede werken'. Volgens Gods normen schiet de hele schepping op alle vlakken ernstig tekort en zal daarom verdwijnen. Waarom dat zo is wordt weliswaar verklaard in de Bijbel, maar omdat dit niets verandert aan onze toestand op dit moment heeft het weinig zin om er nu dieper op in te gaan. Belangrijker is het te weten dat God door de dood en opstanding van Zijn Zoon Jezus Christus ervoor heeft gezorgd dat je uit deze toestand kunt worden bevrijd. God heeft op rechtsgeldige wijze een einde gemaakt aan de oude schepping en heeft een nieuwe schepping tot stand gebracht (waaraan Hij nu nog werkt). En daarin is geen plaats meer voor de dood en ongerechtigheid. God nodigt je uit om deel uit te maken van Zijn nieuwe schepping. Een van de redenen waarom God dit doet is om ons leven alsnog nuttig te maken voor Hem. In de nieuwe schepping wil God gekend en aanbeden worden. Maar daarvoor moet de mens zichzelf eerst laten verzoenen met God. Men moet het nieuwe leven aanvaarden dat door Hem wordt aangeboden. Via je natuurlijke geboorte kwam je terecht in deze tijdelijke wereld. Via wedergeboorte kom je terecht in de nieuwe schepping. Aan je geboorte kon je niets doen, maar je kiest zelf of je wel of niet wenst wedergeboren te worden. De oude schepping zal een keer verdwijnen, maar de nieuwe schepping zal tot in eeuwigheid blijven bestaan. En daarom nogmaals: laat je met God verzoenen. Het is maar één stap in geloof! Daarna mag je nog vele stappen zetten, maar het echte Leven begint met die eerste stap.

Graag wil ik een en ander illustreren aan de hand van de geschiedenis van de barmhartige Samaritaan. Deze geschiedenis staat beschreven in Lukas 10 vanaf vers 25. Laten we lezen wat er staat:

...en ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?...(Lukas 10:25)

Er kwam een religieus man met een vraag tot Jezus om Hem uit de tent te lokken. Hij vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te verkrijgen. Maar Jezus kaatst de bal vervolgens terug naar deze man:

...en Hij (Jezus) zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?...(Lukas 10:26)

Vervolgens geeft deze 'wetgeleerde' blijk van zijn kennis en citeert hij twee schriftplaatsen uit de wet van Mozes:

...en hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven...(Lukas 10:27)

De eerste schriftplaats die de man citeert komt uit Deuteronomium 6:5 en de tweede uit Leviticus 19:18:

...zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen...(Deuteronomium 6:5)

...gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!...(Leviticus 19:18)

Deze twee geboden zijn als het ware een samenvatting van de eis die God stelt aan de mens om eeuwig leven te verkrijgen. Daarom zegt de Here Jezus tegen deze man:

...gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven...(Lukas 10:28)

De man vroeg "wat kan ik doen om eeuwig leven te krijgen" en het antwoord uit de wet is duidelijk: "doe dit en dat, en gij zult leven..." Maar vervolgens staat er dat deze man zich "wilde rechtvaardigen".

...maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste? (Lukas 10:29)

Blijkbaar begon het geweten van deze wetgeleerde te knagen. Het is de mens dan niet vreemd om uitwegen te zoeken door middel van spitsvondige vragen en redeneringen. Hij wist dat hij niet kon sjoemelen met het eerste gedeelte van het gebod. God is de Schepper van hemel en aarde en daar is er maar een van. Maar met de naaste kun je in principe meerdere kanten op en dus vraagt hij wie zijn naaste is. Vervolgens beantwoordt de Here Jezus de vraag niet direct, maar vertelt Hij een verhaal...

...en Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho...(Lukas 10:30)

Let op, er staat dat Jezus de man antwoordde. In dit verhaal komt naar voren wie de naaste is van die wetgeleerde. Een mens, waarvan we de naam niet kennen, gaat van Jeruzalem naar Jericho. Hierbij is het belangrijk om te weten dat Jeruzalem de plaats was waar de tempel stond. Dit was de heilige stad. Jericho is een van de oudste en diepst gelegen steden ter wereld. Het ligt in de buurt van de Dode Zee. De Dode Zee is met zijn ligging van 400 meter onder de zeespiegel de laagste plaats ter wereld. Jericho ligt daar in de buurt. Het hoogteverschil tussen Jeruzalem en Jericho bedraagt ongeveer 1000 meter en de afstand van Jeruzalem naar Jericho is ongeveer 20 kilometer. Dus als deze man van Jeruzalem naar Jericho reist, betekent dit dat hij de heilige plaats verlaat en een redelijk steile weg naar beneden volgt. Hij was als het ware onderweg naar de dood. Vervolgens lezen we dus:

...een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen...(Lukas 10:30)

De man kwam tijdens zijn reis in de handen van rovers terecht. Hij werd beroofd van zijn bezittingen en verslagen bleef hij liggen. Hij kon niets meer doen dan wachten op zijn einde. Zijn toestand was dermate ernstig dat hij snel geholpen moest worden om niet te sterven. Hij werd als het ware 'afhankelijk' van zijn omgeving. De reis die deze man aflegde staat daarmee overdrachtelijk voor de weg van de mens in het algemeen. Het is een weg naar beneden die uiteindelijk eindigt in de dood. De enige zekerheid die de mens van nature heeft is dat hij eens zal sterven. En wie kan ons hiervan redden?

...en bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij...(Lukas 10:31)

Wellicht dacht de gewonde man dat zijn redder in nood arriveerde. Maar de priester ging hem helaas voorbij...

...en desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij...(Lukas 10:32)

Ook de volgende passant liet de gewonde man gewoon voor dood liggen. Want dat is wat hem uiteindelijk voor ogen zou staan: de dood. Er worden zowel een priester en een Leviet genoemd. Een priester moet volgens de wet van Mozes ook een Leviet zijn, dus feitelijk vinden we hier twee Levieten, waarvan er eentje ook priester was. Een priester is iemand die, al dan niet aanschouwelijk, onderwijs gaf in de Wet van Mozes. Hij verzorgt de rituelen die de wet voorschrijft. Een Leviet is iemand die afstamt van Levi en op grond daarvan bepaalde taken had om bij te dragen aan de priesterlijke dienst. Zo zouden de Levieten toezicht houden op het wel en wee van het volk. We hebben dus te maken met vertegenwoordigers van de Wet van Mozes. Maar beiden kunnen met hun wetten, voorschriften en regels niets betekenen voor deze ten dode opgeschreven man.

...maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen...(Lukas 10:33)

De derde passant is een Samaritaan en deze man heeft wel oog voor de gewonde man. Een Samaritaan is een inwoner van Samaria, een landstreek grenzend aan Judea. De inwoners van Samaria werden door de Joden als tweederangsburgers gezien. Zij konden elkaar in het algemeen niet goed verdragen. Maar deze Samaritaan wordt met innerlijk ontferming bewogen en gaat op de gewonde man of. Er staat dat hij omtrent hem kwam. Dit betekent dat hij zich als het ware in zijn plaats stelde.

...en hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn...(Lukas 10:34)

Deze Samaritaan had olie en wijn en gebruikte dit om de man te genezen. In de Bijbel zijn olie en wijn een beeld van eeuwig leven, namelijk het leven van Jezus Christus, die stierf aan het kruis voor onze zonden, maar na drie dagen de dood voor altijd achter Zich liet. Wijn komt van de druif, die geplukt wordt en geperst. De druif sterft als het ware. Maar na een tijdje blijkt de druivensap tot leven te zijn gekomen via het gistingsproces. Er is via de weg van dood en opstanding nieuw leven ontstaan: wijn. En dat wijn leven in de brouwerij brengt is menigeen bekend. Maar ook olie, bijvoorbeeld afkomstig van olijven, komt voort uit een proces dat vergelijkbaar is met wedergeboorte. De drager van de olie moet eerst geperst of 'vertreden' worden. Olie werd in Bijbelse tijd gebruikt om koningen en priesters aan te stellen, door ze te zalven met olie. Bovendien heeft olie een heilzame werking op het lichaam. Olie en wijn beelden dus leven uit, maar dan wel het leven dat de dood achter zich heeft. Het gaat niet om de olijf of de druif, maar om de olijfolie en de wijn. En hiermee wordt de gewonde man verzorgd.

...en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem...(Lukas 10:34)

Naast het nieuwe, eeuwige leven dat deze gewonde man ontvangt, krijgt hij ook vervoer, onderdak en verdere verzorging aangeboden.

...en des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom...(Lukas 10:35)

Zo loopt het met deze 'half dode' man toch nog goed af. Of hij in Jericho is aangekomen staat er niet bij, maar in deze herberg wordt hij in ieder geval goed verzorgd. De Samaritaan was niet verplicht om de man te helpen. De priester en de Leviet waren dat volgens hun eigen wetten wel, maar zij deden het niet. Ze konden niet liefhebben. Dit is namelijk de achilleshiel van elke vorm van religie: het zou je moeten helpen, maar kan het uiteindelijk niet. Uiteindelijk brengt religie alleen maar strijd en verdeeldheid voort. De Samaritaan bood meer dan alleen eerste hulp. Hij gaf hem, geheel vrijwillig, veel meer dan nodig was. Hij was genadig.

Hier eindigt het verhaal van de Here Jezus aan de wetgeleerde. Maar in dit verhaal wordt antwoord gegeven op de vraag welke naaste de wetgeleerde zou liefhebben om eeuwig leven te krijgen.

...wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?...(Lukas 10:36)

Het antwoord is dat het gaat om de naaste van de gewonde man. Maar tegelijkertijd impliceert de Here Jezus dat deze wetgeleerde eigenlijk die gewonde man is. Want hij vroeg: "Wie is mijn naaste?..."(vers 29).

...en hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks...(Lukas 10:37)

De wetgeleerde geeft het goede antwoord. De Samaritaan is de naaste. Hij toonde barmhartigheid aan de gewonde man en kwam 'omtrent hem' (vers 33). Hij ging in zijn plaats staan en stelde zich op als naaste. En de Heer zegt tegen deze gewonde man, tegen deze wetgeleerde, dat hij de barmhartige Samaritaan moet liefhebben om eeuwig leven te krijgen. Maar als de wetgeleerde in het verhaal de gewonde man is, wie is dan de barmhartige Samaritaan?

Dat is de Here Jezus Christus. Hij is die Man die met ontferming bewogen was over deze in zonde gevallen wereld:

...want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven. Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren...(Romeinen 5:6-8)

God Zelf kwam als mens op aarde om voor jouw en mijn zonden te sterven aan het kruis van Golgotha. Ja, Hij werd mens om te kunnen sterven. Hij vernederde Zichzelf om in onze plaats te kunnen staan en zo de straf te dragen die wij verdienden. Hij kwam als onze Naaste. Maar het wonder is dat God deze Jezus heeft opgewekt uit de dood en Hem gesteld heeft tot HEERE en tot Christus (Handelingen 2:36). Jezus heeft de dood overwonnen en is tot erfgenaam van God aangesteld. En nu, in onze dagen verzamelt de Here Jezus Christus een eigen volk, bestaande uit wedergeboren gelovigen. Hiertoe is Hij nu overgegeven. Wellicht kun je je deze dingen moeilijk voorstellen als je dit zo leest, maar dat geeft niets. Toen je leerde tellen van 1 tot 10 nam je het ook aan. Later leerde je er pas mee rekenen. En zo werkt het met deze geestelijke dingen ook. Naarmate je Christus leert kennen, zul je ook leren begrijpen waarom Hij bepaalde dingen deed en doet. Velen hoorden de boodschap van redding en genade en zij namen het aan in geloof. Zij kregen net als de gewonde man deel aan de wijn en olie van de Barmhartige Samaritaan en verblijden zich nu in de herberg waar goed voor hen wordt gezorgd. Zij ontvingen eeuwig leven. Daarna pas begint het proces van opgroeien en begrijpen.

Wij, als mensen die van nature zijn overgeleverd aan niets anders dan de dood, mogen ons in vertrouwen overgeven aan deze Barmhartige. Wij mogen ons door Hem laten verzorgen en Hij zal ons in veiligheid brengen. Wij hoeven dus niets te doen, maar zouden alleen ons vertrouwen stellen in de Levende God, en daarmee in wat Hij zegt.

...wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet...(Romeinen 3:28)

Verwacht het niet van een religieus leven, of van zogenaamde 'goede werken'. Volgens Gods normen is elk mens een zondaar en daardoor gedoemd te sterven.

...er is niemand, die goed doet, ook niet een...(Psalmen 14:3)

Helaas zijn er velen die denken dat de mens zelf het middelpunt van het heelal is. Velen willen niets met God en Zijn Woord te maken hebben. Men wil liever niet horen dat er iemand bestaat die hemel en aarde heeft gemaakt en om die reden God wordt genoemd. Maar ook voor hen is het Evangelie van Jezus Christus beschikbaar. Een ieder die wil mag zich overgeven aan de Barmhartige Samaritaan en wordt op dat moment wedergeboren. Maar wie Christus afwijst kiest voor een tijdelijk leven dat onvermijdelijk eindigt in de dood.

Zorg dus dat je de juiste keuze maakt! Waarom ben je hier? Ben je hier voor niets? Een misser? Of wil je dat je leven zin krijgt? Pas wanneer je de Here Jezus Christus leert kennen krijgt je leven werkelijk inhoud. Want Hij is de kern van het heelal en de bron van leven. Niet alleen de inrichting van de schepping wijst op Hem, maar ook de geschiedenis. En dus, wat de Here Jezus tegen deze wetgeleerde vertelde geldt net zo goed voor mij en voor jou. Kiezen wij er ook voor om de Naaste lief te hebben? Geven wij ons over aan Christus en laten we ons door Hem verzorgen? Of eindigt ons leven op onze eigen weg van Jeruzalem naar Jericho...

Ik zit veilig in de herberg, samen met vele andere gelovigen. Ik hoop jou daar ook te ontmoeten.
De keuze is aan jou!



Laatste update: 18 augustus 2010