...want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe... (Johannes 3:16)
Het Evangelie van Jezus Christus is het goede nieuws dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood. Hij leeft en de dood heerst niet meer over Hem. En een ieder die zijn vertrouwen op Jezus Christus stelt krijgt deel aan dat onvergankelijke, eeuwige leven. De Bijbel noemt dit wedergeboorte. Je wordt dan geestelijk opnieuw geboren.

Misschien vraag je jezelf af wat je hiervoor moet doen. De Bijbel leert dat men niets hoeft te doen, maar dat men moet geloven. In de praktijk betekent dit eerder dat je iets moet (los)laten, namelijk het 'roer' van je leven. Stel je vertrouwen niet langer op jezelf of op andere mensen, maar vertrouw op God en hetgeen Hij tot je zegt in Zijn Woord. Dat heet bekering. Je volgt dan niet meer je eigen route, maar Gods weg, waarop Hij ons wil ons leiden. Uiteindelijk is dat de enige juiste weg.
Wanneer je bent wedergeboren kom je letterlijk in verbinding met God te staan. Hij is de bron van leven. En dat nieuwe leven wordt gevoed met geestelijk voedsel, namelijk Gods Woord waardoor men opgroeit tot geestelijke volwassenheid. Dit is iets waarvan vele Christenen kunnen vertellen. Maar het echt begrijpen van geestelijke dingen is voor mensen die niet zijn wedergeboren onmogelijk. Het is hetzelfde als dat een blinde niet volledig kan begrijpen hoe een bepaalde kleur eruit ziet, of voor een dove om te begrijpen hoe het gezang van een vogeltje klinkt. Zo is het met de mens van nature ook: hij is geestelijk blind, doof en kreupel. Maar wanneer hij opnieuw wordt geboren ziet hij als het ware ineens die prachtige kleuren, of hoort ineens die prachtige geluiden of springt hij op en kan lopen waarheen hij wil. Maar, hoe vertel je aan een blinde wat rood is? Of aan een dove hoe het gezang van een roodborstje klinkt? Daarom is de eenvoudige boodschap van het Evangelie zo krachtig: Dode mens, geloof en kom tot leven! Blinde mens, geloof en wordt ziende! Dove mens, geloof en wordt horende! Al deze illustraties spreken over hetzelfde: Stel je vertrouwen in Jezus Christus als je redder en verlosser en je zult leven. Vertrouw voortaan op God op Zijn Woord en laat Hem toe in je leven. Wanneer je dit doet zal je veranderen van een 'oude' mens met een verleden in een 'nieuwe' mens met een rijke toekomst. Dat is genade, een mooi cadeau dat je alleen maar hoeft aan te pakken. Maar God dwingt je niet. Je kunt zijn aanbod ook afwijzen om deel uit te maken van Zijn Koninkrijk.
De Bijbel leert dat de mens van nature een zondaar is. Dit betekent dat hij zijn doel mist en daardoor niet in staat is om voor God te bestaan, of Hem te vereren met 'goede daden'. Volgens Gods normen schieten wij op alle fronten ernstig tekort. Waarom wij zondaars zijn wordt verklaard in de Bijbel, maar omdat dit niets verandert aan onze toestand op dit moment gaan we er nu niet op in. Belangrijker is om te vertellen dat God door de dood en opstanding van Zijn Zoon Jezus Christus ervoor heeft gezorgd dat je uit deze toestand kunt worden bevrijd. God heeft op rechtsgeldige wijze een einde gemaakt aan de oude schepping en heeft een nieuwe schepping tot stand gebracht (waaraan Hij nu nog werkt). En daarin is geen plaats meer voor de dood en ongerechtigheid. God nodigt jou uit om deel uit te maken van die nieuwe schepping. De reden dat God dit doet is onder andere dat Hij wil dat je leven alsnog nuttig wordt voor Hem. En in de nieuwe schepping wil God gekend en aanbeden worden. Maar daarvoor moet je jezelf eerst bij Hem aanmelden om wedergeboren te worden. Via je natuurlijke geboorte kwam je terecht in deze wereld. Via wedergeboorte kom je terecht in de nieuwe schepping. Aan je geboorte kon je niets doen. Aan je wedergeboorte wel. De oude schepping zal verdwijnen, maar de nieuwe schepping verdwijnt niet meer. En daarom nogmaals: laat je met God verzoenen. Het is maar 1 stap in geloof! Daarna mag je nog vele stappen in geloof zetten, maar het echte leven begint met die eerste stap.
Graag wil ik een en ander illustreren aan de hand van een geschiedenis. Het Evangelie wordt op vele manieren in de Bijbel geïllustreerd, maar het verhaal van de barmhartige Samaritaan is toch wel een van de meest bekende. De geschiedenis staat beschreven in Lukas 10 vanaf vers 25. Laten we lezen wat er staat:
...en ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?...(Lukas 10:25)
Er kwam een religieus man met een vraag tot Jezus om Hem uit de tent te lokken. Hij vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te verkrijgen. Maar Jezus kaatst de bal vervolgens terug naar deze man:
...en Hij (Jezus) zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?...(Lukas 10:26)
Vervolgens geeft deze 'wetgeleerde' blijk van zijn kennis en citeert hij twee schriftplaatsen uit de wet van Mozes:
...en hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven...(Lukas 10:27)
De eerste schriftplaats die de man citeert komt uit Deuteronomium 6:5 en de tweede uit Leviticus 19:18:
...zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen...(Deuteronomium 6:5)
...gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!...(Leviticus 19:18)
Deze twee geboden zijn als het ware een samenvatting van de eis die God stelt aan de mens om eeuwig leven te verkrijgen. Daarom zegt de Here Jezus tegen deze man:
...gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven...(Lukas 10:28)
De man vroeg "wat kan ik doen om eeuwig leven te krijgen" en het antwoord uit de wet is duidelijk: "doe dit en dat, en gij zult leven..." Maar vervolgens staat er dat deze man zich "wilde rechtvaardigen".
...maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste? (Lukas 10:29)
Blijkbaar begon het geweten van deze wetgeleerde te knagen en dan is het de mens niet vreemd om uitwegen te zoeken in de vorm van spitsvondige vragen en redeneringen. Hij weet dat er met het eerste gedeelte van het gebod niet valt te spelen. God is de Schepper van hemel en aarde en daar is er maar een van. Maar met de naaste kun je in principe meerdere kanten op en dus vraagt hij wie zijn naaste is. Vervolgens beantwoordt de Here Jezus de vraag niet direct, maar vertelt Hij een verhaal. Hier komt het:
...en Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho...(Lukas 10:30)
Let op: er staat dat Jezus de man antwoordde. In dit verhaal komt naar voren wie de naaste is van die wetgeleerde. Een mens, waarvan we de naam niet kennen, gaat van Jeruzalem naar Jericho. Hierbij is het belangrijk om te weten dat Jeruzalem de plaats was waar de tempel stond. Dit was de heilige stad. Jericho is een van de oudste en diepst gelegen steden ter wereld. Het ligt in de buurt van de Dode Zee. De Dode Zee is met zijn ligging van 400 meter onder de zeespiegel de laagste plaats ter wereld. Jericho ligt op ongeveer 260 meter onder de zeespiegel. Het hoogteverschil tussen Jeruzalem en Jericho bedraagt ongeveer 1000 meter en de afstand van Jeruzalem naar Jericho is ongeveer 20 kilometer. Dus als deze man van Jeruzalem naar Jericho reist, dan beeldt dit uit dat hij de heilige plaats verlaat en een redelijk steile weg naar beneden volgt. Hij was als het ware onderweg naar de dood. Vervolgens lezen we dus:
...een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen...(Lukas 10:30)
De man kwam tijdens zijn reis in de handen van rovers terecht. Hij werd beroofd van zijn bezittingen en verslagen bleef hij liggen. Hij kon niets meer doen dan wachten. Hij was 'half dood', zijn toestand was dermate ernstig dat hij of zou sterven, of snel gered moest worden. Hij werd als het ware 'afhankelijk' van zijn omgeving. De reis die deze man aflegde staat daarmee overdrachtelijk voor de weg van de mens in het algemeen. Het is een weg naar beneden die uiteindelijk eindigt in de dood. Het is de enige zekerheid die men heeft, namelijk dat men eens zal sterven. En wie kan ons hiervan redden?
...en bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij...(Lukas 10:31)
Wellicht dacht de gewonde man dat zijn redder in nood arriveerde. Maar de priester ging hem helaas voorbij...
...en desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij...(Lukas 10:32)
Ook de volgende passant liet de gewonde man gewoon voor dood liggen. Want dat is wat hem uiteindelijk voor ogen zou staan: de dood. Er wordt zowel een priester en een Leviet genoemd. Een priester moet volgens de wet van Mozes ook een Leviet zijn, dus we hebben hier twee Levieten, waarvan er een ook priester was. Een priester is iemand die, al dan niet aanschouwelijk, onderwijs gaf in de Wet van Mozes. Hij verzorgt de rituelen die de wet voorschreef. Een Leviet is iemand die afstamt van Levi en op grond daarvan bepaalde taken had om bij te dragen aan de priesterlijke dienst. Zo zouden de Levieten toezicht houden op het wel en wee van het volk. We hebben dus te maken met vertegenwoordigers van de Wet van Mozes. Maar beiden kunnen met hun wetten, voorschriften en regels niets betekenen voor deze ten dode opgeschreven man.
...maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen...(Lukas 10:33)
De derde passant is een Samaritaan en deze man heeft wel oog voor de gewonde man. Een Samaritaan is een inwoner van Samaria, een landstreek grenzend aan Judea. De inwoners van Samaria werden door de Joden als tweederangsburgers gezien. Zij konden elkaar in het algemeen niet goed verdragen. Maar deze Samaritaan wordt met innerlijk ontferming bewogen en gaat op de gewonde man of. Er staat dat hij omtrent hem kwam. Dit betekent dat hij zich als het ware in zijn plaats stelde.
...en hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn...(Lukas 10:34)

Deze Samaritaan had olie en wijn en gebruikte dit om de man te genezen. In de Bijbel zijn olie en wijn beiden een beeld van eeuwig leven, namelijk het leven van Jezus Christus, die stierf aan het kruis voor onze zonden, maar na 3 dagen de dood voor altijd achter Zich liet. Wijn komt van de druif, die geplukt wordt en geperst. Hij sterft als het ware. Maar na een tijdje blijkt de druivensap tot leven te zijn gekomen via het gistingsproces. Er is via de weg van dood en opstanding nieuw leven ontstaan: wijn. En dat wijn leven in de brouwerij brengt is menigeen bekend. Maar ook olie, bijvoorbeeld afkomstig van olijven, komt voort uit een proces dat vergelijkbaar is met wedergeboorte. Olie werd in Bijbelse tijd gebruikt om koningen en priesters aan te stellen, door ze te zalven met olie. Bovendien heeft olie een heilzame werking voor het inwendige en uitwendige lichaam. Olie en wijn beelden leven uit, maar dan wel het leven dat de dood achter zich heeft. Het gaat niet om de olijf, of de druif, maar om de olijfolie en de wijn. En hiermee wordt de gewonde man verzorgd.

...en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem...(Lukas 10:34)
Naast het nieuwe, eeuwige leven dat deze gewonde man ontvangt, krijgt hij ook vervoer, onderdak en verdere verzorging aangeboden.
...en des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom...(Lukas 10:35)
Zo loopt het met deze 'half dode' man toch nog goed af. Of hij in Jericho is aangekomen staat er niet bij, maar in deze herberg wordt hij goed verzorgd. De Samaritaan was niet verplicht om de man te helpen. De priester en de Leviet waren dat volgens hun eigen wetten wel, maar zij deden het niet. Ze konden niet liefhebben. De Samaritaan bood meer dan alleen eerste hulp. Hij gaf hem, geheel vrijwillig, veel meer dan nodig was. Dat is wat genade inhoudt.
Hier eindigt het verhaal, en daarmee het antwoord, van de Here Jezus aan de wetgeleerde. Dit verhaal geeft antwoord op de vraag "wie is de naaste?". Maar de Here Jezus stelt het nog duidelijker:
...wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?...(Lukas 10:36)
Het gaat om de naaste van de gewonde man. Maar tegelijkertijd impliceert de Here Jezus dat deze wetgeleerde eigenlijk die gewonde man is. Want hij vroeg wie zijn naaste was...(vers 29).
...en hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks...(Lukas 10:37)
De wetgeleerde geeft het goede antwoord. De Samaritaan is de naaste. Hij toonde barmhartigheid aan de gewonde man en kwam 'omtrent hem' (vers 33). Hij ging in zijn plaats staan en stelde zich op als naaste. En de Heer zegt tegen deze gewonde man, tegen deze wetgeleerde, dat hij de barmhartige Samaritaan moet liefhebben om eeuwig leven te krijgen. Maar als de wetgeleerde in het verhaal de gewonde man is, wie is dan de barmhartige Samaritaan?
Dat is de Here Jezus Christus. Hij is die Man die met ontferming bewogen was over deze in zonde gevallen wereld:
...want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven. Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren...(Romeinen 5:6-8)
God Zelf kwam als mens op aarde om voor jouw en mijn zonden te sterven aan het kruis van Golgotha. Ja, Hij werd mens om te kunnen sterven. Hij vernederde Zichzelf om in onze plaats te kunnen staan en zo de straf te dragen die wij verdienden. Hij kwam als onze Naaste. Maar het wonder is dat God deze Jezus heeft opgewekt uit de dood en Hem gesteld heeft tot HEERE en tot Christus (Handelingen 2:36). Jezus heeft de dood overwonnen en is tot erfgenaam van God aangesteld. En nu, in onze dagen verzamelt de Here Jezus Christus een eigen volk, bestaande uit wedergeboren gelovigen. Hiertoe is Hij nu overgegeven. Wellicht kun je je deze dingen moeilijk voorstellen als je dit zo leest, maar dat geeft niets. Toen je leerde tellen van 1 tot 10 nam je het ook aan. Later leerde je er pas mee rekenen. En zo is het meet deze geestelijke dingen ook. Naarmate je Christus leert kennen, zul je ook leren begrijpen waarom Hij bepaalde dingen deed en doet. Velen hoorden de boodschap van redding en genade en zij namen het aan in geloof. Zij kregen net als de gewonde man deel aan de wijn en olie van de Barmhartige Samaritaan en verblijden zich nu in de herberg waar goed voor hen wordt gezorgd. Zij ontvingen eeuwig leven. Daarna pas begint het proces van opgroeien en begrijpen.
Wij, als mensen die van nature zijn overgeleverd aan niets anders dan de dood, mogen ons in vertrouwen overgeven aan deze Barmhartige. Wij mogen ons door Hem laten verzorgen en Hij zal ons in veiligheid brengen. Wij hoeven dus niets te doen, maar zouden alleen ons vertrouwen stellen in de Levende God, en daarmee in wat Hij zegt.
...wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet...(Romeinen 3:28)
Verwacht het niet van een religieus leven, of van zogenaamde 'goede' daden. Volgens Gods normen is elk mens een zondaar en zal daardoor sterven.
...er is niemand, die goed doet, ook niet een...(Psalmen 14:3)
Helaas zijn er velen die denken dat de mens zelf het middelpunt van het universum is. Velen willen niets met God en Zijn Leven te maken hebben. Men wil liever niet horen dat er iemand bestaat die de hemel en aarde heeft gemaakt en om die reden God wordt genoemd. Maar ook voor hen is het Evangelie van Jezus Christus beschikbaar. Een ieder die wil mag zich overgeven aan de Barmhartige Samaritaan en wordt op dat moment wedergeboren. Maar wie Christus afwijst kiest voor een tijdelijk leven dat onvermijdelijk eindigt in de dood. Bovendien zal er voor ieder mens een dag komen waarin hij voor de Levende God zal moeten verschijnen.
Zorg dus dat je de juiste keuze maakt. Ben je hier voor niets? Een misser? Of wil je dat je leven zin krijgt. Pas wanneer je Jezus Christus leert kennen, krijgt je leven werkelijk inhoud. Want Hij is de kern van het heelal. Om Hem gaat het. En dus, wat de Here Jezus tegen deze wetgeleerde vertelde geldt net zo goed voor mij en voor jou. Kiezen wij er ook voor om de Naaste lief te hebben? Geven wij ons over aan Christus en laten we ons door Hem verzorgen, of eindigt ons leven op onze eigen weg van Jeruzalem naar Jericho...
Ik zit veilig in de herberg, samen met vele andere gelovigen. Ik hoop jou daar ook te ontmoeten.
De keuze is aan jou!
Steven van der Hoeven
|